Karate Kip

Door Harufa

Ik kijk met afschuw naar de aflevering van de Keuringdienst van Waarde over Kippenvlees. Hoe wordt de kip geslacht? Heeft het wel of geen pijn? En heeft de kip goed geleefd? Ik zie een scène waarin er een machteloos volgepropte kip nog één keer tevergeefs probeert te happen naar zuurstof. Helaas. Het is een gaskamer. Ik kan het niet helpen dat mijn gedachten vliegen naar anekdotes die mijn opa vertelde over de Tweede Wereldoorlog.

KIPPENVEL!

Om te bedenken dat weken later het bakje kip verpakt in cellofaan (jaah, zó vers is het kippetje niet meer als hij op ons bord ligt) met een actiesticker ‘5 euro voor 1 kilo’ in een karretje wordt gesmeten om vervolgens te belanden op een BBQ van een macho-man die zijn vrienden wil laten zien hoe snel het drumstikkie verkoold kan worden (vergeef mijn cynisme). En vervolgens totaal verdronken te worden in een soeplepel satésaus.

Ik heb medelijden met de kippetjes, de lammetjes, varkens en runderen. Medelijden omdat ze als makke schaapjes onderaan onze voedselketen hangen. Dat ze overgeleverd zijn aan mensen die lekker veel én vooral goedkope kippetjes (lees: vlees) willen eten en alleen bezig zijn met hoe het kippetje smaakt.

De cijfers vind ik schokkend. Eén persoon in Nederland eet gemiddeld 76 kg[1] vlees. En bij deze berekening zijn producten waar vlees in verwerkt zijn niet meegenomen. Een gemiddelde kip weegt 2 kilo. Als we er vanuit gaan dat ons land 17 miljoen inwoners telt[2] (en uit gemak gaan we ervan uit dat we allemaal kip hebben gegeten) betekent dit dat we in een jaar ongeveer 646 miljoen kippen eten. Als je dit afzet tegen de cijfers van het CBS met betrekking tot het gewicht aan vlees dat komt van de slacht, is dit een conservatieve schatting. Het CBS stelt namelijk dat er bijna 2,5 miljard kilo geslachte dieren zijn geweest in 2014!

Ik probeer het me voor te stellen.

Een ontelbaar leger aan kippen.

Jaarlijks wachtend op de slacht.

Kippen die een kort leven kennen in een te kleine en dichte stal, zó vetgemest worden dat ze niet meer op eigen poten kunnen staan, botten die net voor de slacht worden gebroken of gekneusd, lijfjes die volgespoten worden met antibiotica. Dat is niet mijn definitie van een legendarisch leven.

Dat moet toch anders? Als vegetariër heb ik niet de illusie dat ik alles goed doe. Mijn streven is er wel naar te groeien. Maya Angelou zei het eens mooi: ‘wanneer je beter weet, zul je beter doen’. Ik hou me stellig vast aan deze uitspraak. Als we hebben gezien/gelezen/gehoord dat kippetjes (lees: dieren) geen goed en mooi leven hebben gehad, hoe kunnen we het dan over ons hart krijgen mee te gaan in het consumeren van dit soort voedsel (tenminste áls je dit voedsel kunt noemen)? We houden het hiermee in stand.

Wat we wel kunnen doen?

Op zijn minst kun je minder vlees kopen.

Of je meer verdiepen in het leven van het kippetje dat jij jezelf en/of jouw gezin voorschotelt.

Ik loop langs de vitrine waar ik de stukken vlees zie liggen. Twee vrouwen hoor ik kakelen over ditjes-en-datjes. Mogelijk onwetend.

Ik probeer me voor te stellen wat kippen zouden doen als ze het kónden. In mijn hoofd gun ik de kippen de vrijheid die ook zij verdienen. Er ontstaat een glimlach op mijn gezicht van alle scenario’s die voorbij flitsen. Kippen die aanhangers zijn van Ghandi, van Ché, boeddhisten en zelfs extremistische kippen. De twee vrouwen zijn klaar met kletsen en pakken ieders wat uit de vitrine. Ik gok. Saté voor vrouw 1. Kip uit de oven voor vrouw 2.

Met onze kinderen in de winkelwagen voortduwend valt mijn oog nog één keer op de in cellofaan verpakte kiloknaller. Heimelijk denk ik.

SALUUT! Saluut, dappere kip!

(Klik hier als je de aflevering over Kippenslacht van de Keuringdienst van Waarde zelf wil bekijken)

[1] Vleesconsumptie per hoofd van de bevolking in Nederland: 2005-2014. Onderzoek uitgevoerd door LEI Wageningen UR in opdracht van Wakker Dier (David Verhoog, Hans Wijman en Ida Terluin).

[2] CBS, 21 maart 2016.

 

Foto© Beth Galton l Food stylist Charlotte Omnès

LinkedIn
YouTube