LEGACY.

Door Djilani

WAT IS GROTER DAN EEN MENSENLEVEN?

Het antwoord is simpel. Eenvoudig. Noem het praktisch.

Eerlijk is eerlijk. Toen ik deze vraag de eerste keer opschreef had ik ook niet 1,2,3 een antwoord klaar staan. Ik kreeg het antwoord bijna letterlijk in mijn schoot geworpen. I am not shitting you. Had net de auto geparkeerd voor het bijlmersportcentrum. Mijn hoogzwangere vrouw bracht waggelend de middelste van vijf kinderen naar de zwemles. En ik. Ik bleef achter met een snurkende vierde en een kladblok op mijn schoot. Ik schreef de vraag voor een tweede keer op. WAT IS GROTER DAN EEN MENSENLEVEN? Dit keer kwam het antwoord er vloeiend uit. Als een donderslag bij heldere hemel.

Twee mensenlevens.

Het klopte. Dat voelde ik aan mijn water. Maar. Verstandelijk was ik er nog niet. Het kwartje was nog niet gevallen. Mijn gedachten gingen alle kanten op. Maar ik veroordeelde het niet.

Even een zijsprong. Met de mensen die ik coach heb ik het vaak over hun gedachtes. Hun intern dialoog. Hun ‘bovenkamer’. Onder mijn toeziend oog raken zij regelmatig verwikkelt in een verhitte discussie met zichzelf. Ik moedig ze dan aan om uit hun hoofd en in hun lijf te stappen. Praktisch. We doen samen wat yoga, rennen de longen uit ons lijf of blazen wat stoom af door tegen de stoot- en trapzakken te beuken. Ondanks mijn aanmoedigingen. Of misschien juist dankzij, raken de meeste ook fysiek verwikkeld in een stoeipartij met zichzelf. We zijn er dan bijna. Bijna op dat punt dat een nieuw inzicht hen gaat bereiken. Dat ze tegen een doorbraak aan zitten. Dan. Dan gooi ik er deze punchline uit: kijk voorbij je gedachten en luister naar de boodschap.

Terug naar mezelf. De geobsedeerde yogi benadering had niets opgeleverd. Dat wil zeggen dat het herhaaldelijk denken, uitspreken en opschrijven van de woorden ‘twee mensenlevens’ – wat onder toeziend oog van een psychiater waarschijnlijk had geresulteerd in een gedwongen opname – mij geen stap dichterbij een nieuw inzicht had gebracht. Laat staan een doorbraak. Zo voelde het althans. De laatste loodjes zijn het leukst…omdat je dan terugblikt op wat er achter je ligt. Ik hoor het mezelf dagelijks tegen anderen zeggen. Dus. Ik kon kiezen. In mijn eigen sop gaarkoken. Of. Mijn eigen adviezen ter harte nemen? Ik besloot voor het laatste te kiezen. Minder blindstaren. Minder suf denken. Meer luisteren. Meer voelen. 

Het kwartje viel later die week. Op een nietsvermoedend moment. Aan het begin van een personal trainingssessie in de Richard Wagnerstraat te Amsterdam. Het was een kodak-momentje. Zo een moment dat je wilt vereeuwigen. De warming-up was meer dan hartverwarmend en wij hielden  inmiddels de bokshandschoenen in de aanslag. We moesten lachen.

Lachen omdat mijn oogleden en mijn navel steeds meer op gelijke voet stonden. Mijn thuis was namelijk verworden tot een verpleeghuis. Ik was ziekenbroeder van twee kinderen met hevige griep en de doula van een vrouw in haar laatste trimester. Moet ik het praktisch maken? Drie nachten op een rij. Een concert van klappertanden, kattengejank, hoestbuien, afgewisseld met het gepiep van de oorthermometer en de dankbetuiging van jouw vrouw. Nee. Niet gericht aan mij. Ze was dankbaar dat we toch besloten hadden te investeren in een superdeluxe oorthermometer van Braun. Enfin.

Waar was ik gebleven. Ik werd ontwapend. Letterlijk en figuurlijk. De bokspads vielen bijna uit mijn handen. Het lachen maakte plaats voor wat anders. Ze stelde mij na deze anekdote geheel nietsvermoedend een vraag. ‘Heb je in jouw gedachten drie of vijf kinderen?’. Het viel stil. Je kon een speld horen vallen. Ik had nog niet behoorlijk ‘vijf kinderen’ gezegd. Of. Er werd aangebeld door de schoonmaakster. Saved by the bell. Niet dus. Ik had de klok nu horen luiden en wist bovendien waar de klepel hing. Het stond recht voor mijn neus. Staarde mij iedere dag recht in de ogen aan als ik piano aan het spelen was.

De vier ogen van onze overleden dochters.

Twee mensenlevens.

LinkedIn
YouTube